Don’t be Evil zoekmachines!

Dat Google haar eigen mantra ‘don’t be evil’ aan het afschudden is, is de laatste tijd duidelijk geworden. Door sociaal te gaan, en daarbij zichzelf voor te trekken, denkt Google vooral aan zichzelf, en niet meer aan de gebruiker.
Gelukkig zijn er andere bedrijven, waarvan je je overigens kunt afvragen hoe on-evil zijzelf zijn, die Google op de vingers hebben getikt. Ze hebben er nu voor gezorgd dat Google zoekopdrachten ook de gegevens van andere sociale netwerken ophalen: een Don’t be evil tool.

Een ding steekt mij echter: waarom wordt deze sociale factor meegenomen in mijn zoekresultaten?
De gedachtegang er achter is dat ik vast interessant vind wat mijn vrienden interessant vinden. Daarom kan ik op facebook ‘like’ knoppen indrukken en plusjes bij Google. Zodat anderen kunnen zien wat ik leuk vind. Zo komen de pagina’s die ik leuk vind hoger in de zoekresultaten van Google.

Maar is dat een logische gedachtegang? Waarom zou ik alleen maar dingen willen vinden die mijn vrienden leuk vinden? Misschien ben ik juist wel op zoek naar websites die het tegenovergestelde beweren van wat mijn vrienden beweren. Misschien ben ik juist op zoek naar de meest obscure website, om welke reden dan ook.
Zoek maar eens op 9/11 waarheid of ‘truth’. Je vind er vooral onwaarheden. Die zijn namelijk veel spannender dan de werkelijkheid. De rapporten van de Amerikaanse NIST zul je hier niet gauw aantreffen, terwijl feitelijk gezien je daar eerder de waarheid vind dan op de ‘waarheids’ sites.

Google is de grootste zoekmachine ter wereld, maar lijkt haar eigen functie niet goed te begrijpen. Zoekresultaten behoren relevant te zijn voor mijn onderzoek, of mijn interesse, niet die van mijn vrienden! Ik vertrouw mijn vrienden met van alles, maar niet dat ze de waarheid in pacht hebben, of informatie goed kunnen beoordelen. Daar hebben ze niet voor gestudeerd.

maatschappelijke onderwerpen, social media , ,

Een website voor je bedrijf, hoe doe je dat?

Hoewel het niet de kern is van wat ik met ICOB doe, help ik wel mensen bij elkaar te komen om er voor te zorgen dat mensen een mooie, bruikbare en opvallende website krijgen die past bij wat hun bedrijf doet. Wat me daar tot nog toe bij is opgevallen is dat mensen heel vaak hier heel makkelijk over denken, om er vervolgens na een paar jaar honderden tot duizenden euro’s aan kwijt te zijn, omdat de website niet bruikbaar is voor wat men er eigenlijk mee wil. Daarom volgen er hieronder enkele punten waar men aan moet denken.

Als eerste: zie de bouw van de website als een project. Vlieg er dus niet halsoverkop in, maar volg de rest van de stappen.

2. Bedenk van te voren waar de website allemaal voor gebruikt gaat worden. Willen mensen weten waar de winkel zit? Gaan mensen solliciteren? Komen ze er voor de aanbiedingen of komen ze er om te kijken of bepaalde producten er al zijn? Kortom, in welke business zit je en waar gaan je klanten naar zoeken? Vraag het ze gerust, in de winkel, op straat. Vraag het je personeel als je het hebt, of vrienden, familie en bekenden als je nog gene personeel en/of klanten hebt. Houdt hier rekening met het MOBIEL gebruik!

3. Als je weet wat je naar buiten wilt brengen, ga dan eens met een webdesigner en/of bouwer om de tafel zitten. Let er wel op dat webdesigners vaak vanuit bestaande producten denken. Dat is een fundamentele fout! Eerst moet je bedenken wat je precies wilt, dan kun je gaan kijken naar of er programma’s zijn die dat faciliteren. Doe je dit niet dan zul je er gauw achter komen dat ‘van de plank’ producten vaak niet voldoen, en hoewel het ontwerp er dan prachtig uit ziet, je zult er op de lange termijn ontzettend veel spijt van krijgen. Je had immers niet voor niets bedacht dat je die functionaliteit nodig had! Overigens hebben ‘van de plank’ producten vaak nog een nadeel: je kunt ze niet uitbreiden waar je dat straks wil, terwijl ze faciliteiten hebben die je verder niet gebruikt. Als je meerdere kanalen in/naast/via je website gebruikt, bedenk dan wat je via welk kanaal naar buiten brengt. Zet je op je website alle aanbiedingen naast een gadget waar je je Twitter-account in hebt zitten met dezelfde aanbiedingen, dan kom je nogal leeg en wanhopig over. Complementeren ze elkaar, dan biedt je juist meerwaarde.

4. Spreek af wat er precies door wie moet worden opgeleverd, en wanneer. Ja, dit is inderdaad gewoon project management, maar omdat mensen vaak denken dat dit voor kleine bedrijven geen opgeld doet noem ik het hier toch. Juist voor kleine bedrijven is het heel belangrijk dat de verwachtingen helder en haalbaar zijn. Vage opdrachten leidden nooit tot bruikbare resultaten. Ik zei niet dat ze niet mooi waren, alleen niet bruikbaar. Spreek oplever data af. Zo heb je tenminste een stok om mee te slaan als iemand te lui is om zijn of haar werk af te ronden. Zorg dan ook dat je leverancier niet op gegevens van jou moet wachten!

Een website is niet meer een foldertje, of iets voor erbij. Zeker niet als je mensen lid laat worden van je klantenkortingsclub of iets dergelijks. Het is even belangrijk als de entree van je winkel, het IS immers vaak de entree van je winkel! Voor een kroeg is het misschien niet de bar zelf, maar wel de plek waar mensen nog eens komen voor foto’s, of om op het forum de laatste roddels uit te wisselen. De beleving is vrij intens en zeer persoonlijk. Bedrijven die hier actief gebruik van maken en hun internetactiviteiten integreren met hun gewone bedrijfsvoering zullen daar alleen maar voordeel uit halen. Wat er ook gemaakt of verkocht wordt.

Bedrijfsvoering, marketing, Projecten , , , , , ,

Het einde voor de kleine neefjes? Of hoe internet groot wordt.

Voor heel veel bedrijven in het MKB is een website iets dat men er bij doet. Een affiche online, waar eventuele klanten bijvoorbeeld het adres en/of de openingstijden kan vinden. Deze websites worden vaak zelf gebouwd, of door kleine neefjes, die wel wat weten van HTML. En net toen websites mooier moesten worden dan dat de kleine neefje ze konden maken, kwamen daar de ‘ sleur-en-pleur’ programma’s zoals Joomla! die dit euvel verhielpen, en de neefjes in business hielden.
Als men dan toch wat meer wil, zoals goed gevonden worden in zoekprogramma’s zonder je scheel te betalen aan advertenties, dan zijn er legio bedrijven die daar op inspringen met hun SEO, Search Engine Optimisation. Zij zorgen er met heel veel kunstgrepen voor dat je het geld dat je anders aan advertenties spendeert, nu aan hen uitgeeft, met soms verbluffende, en soms erbarmelijke resultaten. Was men van tevoren in zee gestapt met een partij die websites zo ontwerpt dat het hele SEO niet nodig was geweest, dan had dat bakken met geld gescheeld. Maar dat is achteraf constateren, want wat is er nu goedkoper dan een neefje?

Maar waar groeit het internet dan, en waarom vallen die kleine neefjes (tenzij ze ondertussen professioneel webdesigner zijn geworden natuurlijk) buiten de boot? Nou, dat zit hem in het veranderend gebruik van het internet. Dat doen mensen nog steeds steeds meer, alleen doen ze dat nu steeds meer mobiel. En mobiel wil niet zeggen alleen vanaf een mobiel, maar ook van een Ipad, Galaxy Tab, en alle formaten die je je verder maar kunt voorstellen (en straks vanaf een heleboel formaten die we ons nu nog NIET kunnen voorstellen). Om een idee te krijgen: 7,17 procent van de bezoekers op www.modeltreinhobby.nl bekijken de site vanaf een mobiel apparaat (het gros daarvan gebruikt een Ipad).

Nu kunnen we voor al die formaten natuurlijk een aparte website maken, met, heel slim, een klein stukje software dat kijkt vanaf welk platform men internet, om dan de bijpassende site te laden. Maar doen we dat, dan blijven we continue achter de feiten aanlopen (en geld spenderen aan weer een nieuwe website). Een andere oplossing is Responsive Web Design. Het idee is simpel, de website ‘vormt’ zich al het ware naar de grootte van het scherm dat gebruikt wordt. Zo is er maar een website, en niet voor elk nieuw apparaat een nieuwe site. Dat scheelt (een hoop geld). Maar ik vrees dat veel neefjes dit niet kunnen oplossen, omdat ‘sleur-en pleur’ programma’s hier niet op zijn ingesteld.

Nu kan ik Responsive Web Design hier niet heel eenvoudig verder uitleggen, ik kan voor webdesigners wel een boek aanraden: Responsive Web Design door Ethan Marcotte. Hij verteld uitgebreid hoe je websites zo kunt maken die zich aanpassen aan het platform waar ze op bekeken worden.

Oplettende (of bijdehante) lezers zullen ondertussen hebben opgemerkt dat deze website zelf nog niet Responsive is, en dat gaat vrees ik ook nog wel even duren. Ander werk heeft voorrang.

Voor de mensen die een wat analytische blik hebben zal er een ding zijn opgevallen: de meest voorkomende manier van de ontwikkeling van websites voor het MKB is er een van achter de feiten aan lopen. Eerst komt er een internet, dus is er een website nodig. Andere websites worden veel mooier, er moet wat aan gedaan worden! Nu zijn er wel erg veel websites met ons onderwerp, hoe komen we nu bovenaan? En hoewel deze redenatie volkomen natuurlijk is, loop je daarmee op zijn best in de pas met, maar meestal achter op de concurrentie. En daar ligt ook de charme van Responsive Web Design. Hier houdt men al rekening met wat de toekomst kan gaan brengen! Hoe dat kan? Door niet in bestaande apparaten te denken, maar in concepten. Een mobiele telefoon met internetfunctie is niet een HTC Sony Philips Tab, maar een scherm met bepaalde afmetingen. Dat is waar je rekening mee moet houden.

Bedrijfsvoering, marketing , , , , , , , , ,

Nederland is weer terug bij af

Eigenlijk zou ik ze van harte moeten feliciteren, de dinosaurussen..eh (daar geloven ze natuurlijk niet in) de oermensen van de SGP. Met een ongelofelijke minderheid in de Tweede Kamer hebben ze heel Nederland weer terug in de jaren ’50 gekregen. Hoe is me nog een raadsel, maar het is gelukt.

Gisteren zag ik een klein stukje van Pauw en Witteman op televisie, over een opmerking van minister Marja van Bijsterveldt. Van de vier mensen die deze heren (die op zondag het vleesch snijden) hadden uitgenodigd waren er vier vrouw. Geen enkele vader mocht hier meepraten over het opvoeden van kinderen. Kennelijk doen die dat niet.

Sterker nog, al ruim voordat kinderen doorhebben dat ze überhaupt verschillend zijn worden ze in rolpatronen geramd, en wee je gebeente als je als ouder hier niet in mee gaat, dan doe je dingen die toch echt niet kunnen. In plaats van zich af te vragen of de reactie van de maatschappij wel de juiste is, wordt iedereen geacht zich tot conformeren naar het bestaande beeld.

Een beeld dat vooral ook door Dick Swaab en zijn “wij zijn ons brein” in stand wordt gehouden. Want als de biologie ons dingen dicteert, dan doen wij dat zo. Wetenschap gaat immers om de harde feiten. Ook al wordt er in de VS met dit hele vakgebied momenteel de vloer aangeveegd door Cordelia Fine.

Waarom dit van belang is voor ICOB? Wel, we hebben niet voor niets de website modeltreinhobby.nl. Ik zie dat de helft van ons potentieel aan bezoekers nota bene door de eigen ouders naar de poppen wordt gestuurd, terwijl ze ook met modeltreinen bezig kunnen zijn.

kinderen op een modelspoorbeurs

Meisjes vinden die treinen net zo fascinerend als jongens, je ziet ze alleen nooit meer terug. Ze krijgen namelijk die treinen nooit, want dat is jongens-speelgoed. Recentelijk hoorde ik een dame in een speelgoedwinkel nog zeggen dat het meisje waar ze voor keek van knutselen hield, terwijl ze naar de barbiepoppen, kraaltjes en andere roze troep stond te kijken. De LEGO stond achter haar, maar daar werd niet naar gekeken.

Op een grotere schaal is het overigens ook nog eens funest voor onze kennis-economie. U weet wel, dat streven van onze overheid om hier toch vooral high-tech bedrijven naartoe te halen. Prima, maar de fascinatie voor techniek wordt er bij de helft van onze bevolking niet in- maar uit geslagen. En wat hou je over? maar acht procent van de gediplomeerde MBO techneuten is vrouw.

Gelukkig hebben we dan nog al die vrouwenbladen (ja, bladen noem je niet bij hun interessegebied, maar bij het lezerspubliek) die hen interesseren voor de techniek. Elke week staat er in de Viva, Cosmo en Opzij wel een artikel over hoe leuk het is om in de techniek te werken,(zet uw Balkenende stem op) toch?

maatschappelijke onderwerpen, marketing, Projecten , , , , , , , , , , , , ,

Op z’n Google’s, voorbeelden van crowdsourcing

eerder schreef ik al over het boek What Would Google Do van Jeff Jarvis. Een van de dingen die hij aanvoert, is dat men goed moet luisteren naar de klant. Niet dat dat nog nooit eerder gezegd is, maar legio bedrijven deden dat niet. Sterker nog, je moet ze zoveel mogelijk bij je productieproces betrekken. Immers, een klant die zelf een product gemaakt heeft, zal er niet gauw over klagen.

Het zogenaamde ““crowdsourcing”, de ultieme variant van luisteren naar je klant, heeft ondertussen al vele vormen aangenomen. Zo is Tenpages.com, een website waar schrijftalent ontdekt wordt door de massa, een behoorlijk succes aan het worden. Hoewel de inhoud zelf door de schrijvers wordt bedacht, is het de massa die investeert en beslist of een boek daadwerkelijk uitgegeven gaat worden.

Anders doet Dolf Jansen het met zijn Oudejaarsconference van het volk. Dit jaar gaat hij met oud jaar grappen vertellen die door het publiek zijn ingestuurd. Volgens mij is dat een onhandige zet. Oudejaarsconferences houden traditie-getrouw het volk ook een spiegel voor. Je kunt je afvragen een conference met grappen gemaakt door het volk over wat het afgelopen jaar gebeurt is, die kwaliteit ook heeft. Ik stem in elk geval dit jaar weer op Youp af.

Wat volgens mij wel een goed idee is, is Chocstar. Zeker nu, zo voor de feestdagen, is dit een leuk concept. Op die website kun je je eigen chocolade-repen samenstellen. Puur met wit, melk met goud(!), wit met roze en witte muisjes, rozijnen en lavendel, het kan allemaal. Het mooi aan dit concept is dat het verder gaat dan alleen crowdsourcing. Het eindproduct is volledig afgestemd op de wensen van de enkele eindgebruiker, in plaats van op de massa, zoals de conference en de boeken wel zijn.

Crowdsourcing is iets waar je goed over moet nadenken. Wat is het uiteindelijke product? Hoe ingewikkeld is de opgave die ik mijn publiek voorleg? Een enkelvoudige taak kun je je publiek goed voorleggen (maak een lekkere chocolade-reep, bedenk een nieuwe smaak chips), bij een meervoudige wordt het al lastiger. Wellicht is het nog te doen om mensen te vragen een nieuwe stoel te ontwerpen voor een passagiersvliegtuig, het hele vliegtuig laten ontwikkelen is niet meer te doen. Het kan als eenmalige campagne, waarbij het tegelijkertijd een marketingcampagne is, of als business model.

Bedrijfsvoering, crowdsourcing , , , , , , , , , ,

Spam of geen spam, wat mag wel en wat mag niet, vervolg

Dacht ik dat ik niet gespamd had, had ik het toch wel. Helaas. Maar waar begreep ik het dan verkeerd?

Na de vorige post wilde ik zeker weten of mijn interpretatie correct was. Vandaar dat ik de OPTA nog een keer om opheldering vroeg:

mag ik daar uit concluderen dat een email met reclame, die gericht is
aan onbekenden, maar met de hand geselecteerd zijn, niet onder het
spamverbod vallen? Met andere woorden: als ik mailadressen opzoek
online, een email opstel en deze naar die adressen stuur, overtreed ik
het verbod niet?

Het even verhelderende als lange antwoord van de OPTA liet alsnog een week op zich wachten:

Het is mij een raadsel waarom u hetgeen concludeert wat u hieronder beschrijft. Wat u gedaan heeft en later nogmaals beschrijft vormt een overtreding van het spamverbod. Ik adviseer u om zich te verdiepen in artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet voordat u weer de fout in gaat.

Dank u OPTA. Hier werd ik niet veel wijzer van. Er staat toch duidelijk dat men het heeft over geautomatiseerde systemen, die ik niet anders ken dan dat ze voor de e-mail gebruikt worden. Dat had ik toch duidelijk niet gedaan.

Zou dit niet mogen, waarom zou het dan per post wel mogen? Dus wederom schreef ik de OPTA aan, met nogmaals dezelfde vragen: Als men het heeft over geautomatiseerde systemen, dan mag ik toch wel met de hand e-mail adressen opzoeken en daar e-mails naar verzenden? En als dat niet mag, waarom mag dat dan per post wel? En wat bedoeld men dan met ‘automatische systemen’, als het hier niet gaat om e-mails.

Omdat hun eerdere niet al te vlotte noch uitgebreide reactie besloot ik dezelfde vraag voor te leggen aan Arnoud Engelfriet, iemand die met zijn website Ius Mentis allerhande juridische kwesties behandeld die met technologie en met name het internet te maken hebben. Binnen 24 uur had ik antwoord. Gezien zijn heldere bewoordingen en duidelijke uitleg plaats ik hier de e-mail (met toestemming) maar integraal:

Beste heer Dinger,

De tekst over geautomatiseerde systemen slaat op telefoonrobots. Vroeger werd je wel eens “gebeld door een bandje” dat je dan reclame voorlas.

E-mail valt onder “elektronische berichten”, en dat is dus óók van toepassing als er geen automatisch verzendsysteem wordt gebruikt. U mag dus ook niet één ongevraagde commerciële mail handmatig versturen naar een geselecteerde partij.

Telefonie valt onder lid 5 en verder. U mag mensen bellen met ongevraagde commerciële boodschappen tenzij ze in het Bel-me-niet register staan. U bent verplicht dit vooraf te controleren.

De term ‘abonnee’ wordt gebruikt omdat dit moet passen binnen de context van de Telecomwet. Een abonnee is een eindafnemer van telecommunicatiediensten. Maar u mag het lezen als “ontvanger”.

Waarom papieren post wel mag, is mij een raadsel. Dit is een politieke keuze geweest. De enige reden die enigszins steek houdt is dat papieren post u geld kost om te versturen, en e-mail mij geld kost om te ontvangen en u niet om te verzenden.

Dus:
a) e-mail mag nooit
b) telefonie mag als u zeker weet dat iemand niet in het register staat
c) post mag altijd

Met vriendelijke groeten,

Arnoud Engelfriet

En zo leer je weer eens wat. Ik had nog nooit van die telefoonrobots gehoord. Daarnaast blijf ik het verschil tussen e-mails en post vreemd vinden. Het kost evenveel moeite (grote bedrijven maken bij de post ook gewoon gebruik van geautomatiseerde verzendlijsten) maar houdt een hele industrie in stand.

Arnoud, dank!

p.s. aangezien schaamteloos pluggen wel mag, hier nog een keer de link naar de Security Class over bescherming tegen SQL-injecties en XSS-aanvallen waar het allemaal om begon. Schrijf je in!

Bedrijfsvoering, geld verdienen, marketing , , , , , , ,

Spam of geen spam, wat mag wel en wat mag niet

Voor de training die ik mede organiseer over hoe je een website kunt beveiligen tegen XSS aanvallen en SQL injecties wil ik zoveel mogelijk bedrijven benaderen. Probleem is, als vanouds, dat we de promotie hiervan vooralsnog zonder budget doen.

Dus, naast het versturen van persberichten, leek het me een goed idee om ook bedrijven die in de ICT zitten aan te schrijven. De methode die Adrianus Warmenhoven heeft ontwikkeld zou mensen wel eens zeer veel geld kunnen gaan besparen. Iets dat bedrijven toch altijd graag willen, zou je zo denken. Dus, ik zocht e-mailadressen op op internet, stelde een mail op en verstuurde die.

Niet veel later kreeg ik een mailtje van iemand genaamd Bart, die, naast nog wat andere opmerkingen, me verweet aan het spammen te zijn geslagen. Nu, dat is de wet overtreden en de wet overtreden wil ik niet. Maar had ik dan echt de wet overtreden?

Mij leek het en goed idee de OPTA dit te vragen. Hun website over spam lijkt daar vrij duidelijk over:

Een spambericht is een bericht dat u ongevraagd ontvangt. Denk aan een e-mailbericht of een sms’je. De inhoud van het bericht bepaalt of er daadwerkelijk sprake is van spam: die moet commercieel, ideëel of charitatief zijn. In de Telecommunicatiewet staat dat het versturen van spam in Nederland is verboden.

Duidelijk, zou je zo zeggen. En toch….

En toch snapte ik dat niet. Want waarom zou een e-mail versturen wel strafbaar zijn, maar een brief met reclame niet? Sterker nog, je kunt bij de Kamer van Koophandel hele adreslijsten kopen, om te, eh, spammen. Dus waarom zou dat digitaal niet mogen, maar analoog wel?

Dus belde ik de OPTA, waar op vrijdag de persoon die ik moest spreken niet aanwezig was, althans, nog niet. Want na een mailtje met de bovenstaande vraag, kreeg ik keurig antwoord:

Artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet -het spamverbod- waar OPTA toezicht op houdt spreekt over elektronische berichten, faxen en automatische oproepen die zijn verstuurd zonder menselijke tussenkomst. Post valt daar niet onder.

Hee, maar daar staat een interessante frase! zonder menselijke tussenkomst. Gezien ik nu een wetsartikel had, heb ik het er maar meteen bij gezocht. Wat blijkt, niet alleen gaat het om menselijke tussenkomst, men heeft het ook over abonnees. Met andere woorden, je mag niet automatisch, repetitief reclame versturen. Wat kennelijk dus wel mag is eenmalig een mailing sturen naar met de hand verzamelde adressen.

Overigens, mocht het wel om een repetitieve mailing gaan, dan moet dit apart aan mensen gevraagd worden. Een eerste mailtje met die vraag zou dus ook mogen. Daarnaast moet je, als je zo’n nieuwsbrief in het leven roept, mensen duidelijk aangeven dat jij het bent en ze de mogelijkheid bieden om deze mailing op te zeggen.

Wat wij doen kan dus niet alleen, het mag. Net als de oplossing van Adrianus. Schrijf u in!

UPDATE: deze conclusie klopt niet, lees het vervolg hier.

Bedrijfsvoering, marketing, Projecten , , , , , , , ,

Website beveiligen tegen hackers

De laatste weken is de veiligheid van websites vrij plotseling een hot item geworden. Zo is GeenStijl al geruime tijd bezig met ‘lekkende’ websites op te sporen, de serieuzere websites kunnen er ook wat van. Voor hen die nu denken dat het vooral overheidswebsites zijn, helaas. Zelfs de professionele schrijvers over alles dat web-gerelateerd is zijn zelf al eens getroffen.

Feitelijk loopt elke organisatie die online data bewaart, zoals inloggegevens van klanten (email adressen) het risico door hackers aangevallen te worden. Hoe meer gegevens u van uw klanten heeft, hoe meer uw website het risico loopt aangevallen te worden.

Het slechte nieuws is dat hoe meer aandacht er voor dit probleem komt, hoe meer (beginnende) hackers zich hier mee bezig zullen houden en hoe meer websites gevaar lopen. Het goede nieuws is, dat er vrij eenvoudig iets aan te doen is.

Bedrijfsvoering , , , , , ,

Advertenties die je meer kosten dan ooit opleveren, kan dat?

Ja, dat kan.
Maar eerst zal ik even uitleggen hoe ik hier op gekomen ben. Vanochtend vond ik deze mail in mijn inbox van backpackportal.com:

Hi,

I work for More Digital; a UK based Digital Marketing Consultancy.

We represent clients interested in social media marketing on smaller sites with little or no existing advertising and we’re currently looking for advertising partners.

We pay a fixed upfront annual fee which we will agree on with you. Once the ad is in place, payment is made within approximately 48 hours.

Would you be interested in placing a small text-based ad on Backpackportal.com?

Kind regards,

Deze mail kwam mij wat vreemd voor. Had ik hier te maken met oplichters? is dit een echt bedrijf? Ik zal de antwoorden maar vast geven: nee en ja. Tenminste, dat lijkt het geval.
Met een beetje googlen kwam ik bijvoorbeeld op het blog van ene Pjotr Krzyzek, die zichzelf dezelfde vragen had gesteld. Hoewel het bedrijf een lage betrouwbaarheidsscore heeft bij Web of Trust lijkt dit vooral te komen door de hoeveelheid blogs en andere websites die ze aangeschreven hebben. Veel mensen zien de mail gewoon als spam.

Hoe zit het dan met de aanbieding van het bedrijf? Wel, wat anderen hierover schrijven is het volgende: ze vragen een link op te nemen ergens in je website en deze een jaar te laten staan. Hier krijg je dan, afhankelijk van je onderhandelingen, ongeveer honderd dollar voor.

Dat alles klinkt best interessant, maar er zit een addertje onder het gras. Dat addertje komt niet bij More Digital vandaan, maar bij Google. Google vind het namelijk geen goed idee als mensen tekstlinks gaan verkopen. De reputatie (en dus de ranking van een website in de zoekresultaten) hangt onder meer af van de in-en uitgaande links op een website. Verkoop je die, dan zeg je (voor geld) tegen Google dat de pagina waar je naar verwijst betrouwbaar is.

Hoe verdienen zulke bedrijven hun geld dan? Nou, precies op die manier. Doordat ze veel links krijgen van ‘ betrouwbare’ websites komen ze hoger in de resultaten van Google voor. Het verkeer dat dat oplevert, betaald de investering meer dan uit als het om een zogenaamde ‘webharvesting’ site gaat. Een website die pretendeert een reguliere site te zijn, maar feitelijk vol staat met reclame. Elke klik daar levert ze geld op. Meer daarover vind je hier.

Het lijkt een leuke manier van geld verdienen en er is geen garantie dat Google weet te achterhalen dat je op die manier je geld verdiend. Komen ze er wel achter dan komt jouw site, en eventuele andere sites van je bedrijf, op de zwarte lijst te staan en verlies je al je inkomende verkeer van Google. De vraag is dan of de kosten de gok waar zijn.

Overigens moet ik er bij zeggen dat ik niet zeker weet of More Digital verwijst naar webharvesting sites, het is en blijft een Search Engine Optimisation (SOE) truc.

Maar hoe zit dat dan met Affilliate marketing? Wel, Google geeft daar geen duidelijk antwoord op. Het lijkt er op dat als je affilliate marketing toepast met reclame die aansluit bij de inhoud van de pagina, je geen problemen zult ondervinden. Dat vind Google namelijk wel gewoon een goed idee.

Al met al is er geen helder beleid. Het is verstandig bij je betaalde links, of ze nu van een Affilliate programma zijn of tekstlinks, een ‘nofollow’ tag toe te voegen aan de link. Ga je in zee met partijen als More Digital, zorg dan dat de links die je verkoopt naar reguliere websites gaan, niet naar sites die alleen maar reclame op de pagina hebben staan. En zorg ervoor dat de link relevant is voor je website. Een reissite met links naar gok-sites zal, gok ik, vanzelf door de mand vallen.

geld verdienen, marketing , , , , ,

Like +1, of toch niet?

Google heeft gisteren de wereld kundig gemaakt van de verdere ontwikkeling van de +1 button die het mensen mogelijk moet maken anderen te vertellen welke sites zij leuk vinden. Daarmee gaat Google de concurrentie verder aan met de ‘like’ knop van Facebook en sites als StumbleUpon, die beiden op hetzelfde concept draaien. Overigens wordt Twitter, hoewel het daar niet direct voor bedoeld is, wel vaak zo gebruikt en dat levert dan weer variaties op als Pushnote.

Reden genoeg voor ‘Search Engine Optimisation’ (SEO’s) sites om uit te zoeken hoe dit dan werkt en hoe je het maximale aantal bezoekers kunt genereren met het toepassen van deze knop ‘op elke pagina’ van je site.

Nu begon ik me af te vragen of mensen nu echt wel op deze ontwikkelingen zaten te wachten. Immers, de klant is in de nieuwe internetwereld echt de koning, leren we van mensen als Jeff Jarvis, dus dit soort knoppen zouden met open armen ontvangen moeten worden.

Mijn eerste indruk dat dit niet zo was kwam van een verhaal van Tech Magazine. Niet zozeer door het artikel (dat het gebruik van de Facebook ‘ like’ knop aan momentum verliest) maar door het grote verschil tussen de pageviews (toegegeven, er zullen genoeg mensen zijn die de pagina een of meerdere keren herladen, of er terugkomen) en het aantal dat dit deelt met de rest van de wereld. Volgens de knoppen waren er op moment van schrijven 1539 pageviews, was het artikel 15 keer geretweet en drie keer gedeeld via LinkedIn. Twee keer was de Google +1 knop ingedrukt.
Dat is niet veel, maar verteld verder natuurlijk ook maar weinig.

Leuker is het onderzoek dat Usabilla.com uitvoerde naar de beleving van reis-websites. Zoel sites van luchtvaartmaatschappijen, vergelijkingssites en hotels werden onderzocht op hun praktische voorkomen en wat men er wel-en niet handig aan vond.
Naast nuttige tips over wat betrouwbaar over komt en wat niet, viel een aspect meteen op: de facebook ‘like’ buttons werden vaak als negatief ervaren.
Waarom? Wel, waarom zou ik met mijn vrienden per se mijn ervaringen met het boeken van een vlucht willen delen? Achteraf weet je pas of de vlucht beviel, en daar draait het immers om! Hetzelfde geldt voor hotels en boekings-sites. Tieners willen misschien alles met elkaar delen, zoals ze dat al decennia lang willen, maar volwassenen hoeven niet direct overal lid van een community te worden. De vraag ‘wat heb ik er aan’ was er een die veel terugkwam, aldus het onderzoek. Welk voordeel haal je er uit om anderen te vertellen waar je een ticket hebt gekocht? Om eerlijk te zijn, ik zie het voordeel ook niet.

Social media worden gewoon nog niet goed genoeg doordacht, wat tot negatieve reacties lijdt. Zelfpromotie valt zelden goed als je er niks nuttigs bij te vertellen hebt. Plaats daarom niet zomaar een ‘follow us on facebook’ of ‘ like’ button, maar biedt mensen daar voordeel bij. dat wil niet zeggen dat je meteen cadeaus moet weggeven, maar de meerwaarde van je facebookpagina moet duidelijk zijn (bijvoorbeeld: volg ons op facebook en vind meer foto’s van…, volg ons op facebook en maak gebruik van onze speciale aanbiedingen daar, etc.). Wat dat betreft betwijfel ik het voordeel van de Google button, al zullen blogs deze nog wel blijven gebruiken. Verder ben ik zeer benieuwd naar sluitend bewijs dat deze buttons ook echt het verschil maken.

Overigens, om nog ter overweging mee te geven: Facebook trackt het gedrag van bezoekers aan je site als daar een ‘like this’ knop op staat. Bronnen: Thomson Reuters Arnoud Engelfriet en het oorspronkelijke paper van Arnold Roosendaal

Bedrijfsvoering, marketing, social media , , , , , , , , , , ,